Monitor en visierapport

Afgelopen voorjaar hebben wij jullie uitgenodigd voor een serie dialoogsessies over het vak van mindfulness­trainer. De opkomst daarvan was verheugend groot.

In de afgelopen maanden hebben wij hard gewerkt aan twee rapporten die we jullie hierbij aanbieden: de Landelijke Monitor Mindfulness­trainers 2019 en het visierapport Ontwikkeling en Innovatie van het Mindfulnessveld in Nederland. De monitor, waaraan 630 trainers hebben deelgenomen, geeft een boeiend overzicht van de stand van het vak, met tal van nieuwe en soms verrassende inzichten. In het visierapport verbreden we de analyse en doen we aanbevelingen voor mindfulness in Nederland en het trainersvak.

Analyse en visie leiden gezamenlijk tot drie nauw samenhangende hoofdlijnen waarlangs de positie van mindfulness en van de trainers die het overdragen versterkt kan worden:

  1. De maatschappelijke inbedding verstevigen.
  2. Het trainersvak versterken.
  3. De beleidsvorming herstructureren.

In het rapport Ontwikkeling en Innovatie van het Mindfulnessveld in Nederland doen wij een reeks aanbevelingen die behulpzaam kunnen zijn de gewenste vernieuwing ter realiseren, en waarover wij graag in gesprek gaan met alle betrokkenen.

We hopen dat iedereen in het veld onbevangen met elkaar in gesprek zal gaan en blijven, en de krachten te bundelen.

Zo ontwikkelen en innoveren we naar een verdere professionalisering en grotere effectiviteit van ons beroepsveld in de samenleving. Om daarmee het werk van de trainers, die zoveel voldoening halen uit hun werk maar zich soms wat alleen voelen daarin, te ondersteunen. En vooral om de potentie van mindfulness tot zijn recht te laten komen in de Nederlandse samenleving.

Hieronder volgt de samenvatting van het visierapport.

Je kunt beide rapporten ook downloaden.

De stand van zaken in het mindfulnessveld

Dit rapport begint met de vraag hoe het eigenlijk gesteld is met mindfulness en het vak van mindfulness­trainer in Nederland. Hoe heeft het trainerschap zich ontwikkeld, en op welke manier houden trainers hun vak bij? Wat is de rol van opleidingen tot mindfulness­trainer en hoe worden ze gewaardeerd? Hoe moeten we aankijken tegen de opkomst van een divers scala aan mindfulnessprogramma’s met bijbehorende opleidingen en wat betekent dat voor het vak van trainer? Hoe zijn de registratie van trainers en accreditatie van opleidingen georganiseerd? Hoe is de beleidsvorming gestructureerd en welke rol spelen stakeholders? Waarom zijn er twee beroepsverenigingen? En, last but not least, hoe is het gesteld met de maatschappelijke inbedding van mindfulness in overheidsbeleid en samenleving? Deze analyse is gebaseerd op drie bronnen: de dialoogsessies over het vak van mindfulness trainer die in het voorjaar van 2019 hebben plaatsgevonden, de eerste Landelijke Monitor Mindfulness­trainers en aanvullende analyses van voorhanden beleidsstukken.

De eerste constatering die we doen is dat in de afgelopen decennia in Nederland een nieuw vak is ontstaan, het vak van mindfulness­trainer, met ruim 1500 mindfulness­trainers. Opvallend aan dit vak is dat het vooral een vak in deeltijd is, dat wordt uitgeoefend naast het hoofdberoep. Trainers zijn vooral werkzaam in gezondheidszorg (geestelijke, somatische, complementaire), bedrijfsleven en onderwijs. We zien twee kwalificatieniveaus in het trainerschap: enerzijds de mindfulness­trainers die de volledig kwalificatie tot MBSR/MBCT-trainer hebben doorlopen (met eventuele specialisaties) en anderzijds een sterk gedifferentieerde groep die of alleen een basisopleiding heeft gevolgd of alleen is opgeleid tot trainer van één specifiek programma, bijvoorbeeld mindfulness voor ouders of kinderen. Trainers geven aan blij te zijn met hun vak, omdat het overdragen merkbare effecten heeft bij de deelnemers. Ze zijn intrinsiek gemotiveerd om zich te blijven verdiepen in het vak, waarbij de ze wens uitspreken tot een sterkere gemeenschapsvorming hierbij. Hoewel de waardering voor de drie onderzochte opleidingsinstituten voor volledig trainerschap hoog is, zien trainers nog voldoende mogelijkheden voor kwaliteitsverbetering rondom thema’s als co-trainerschap, supervisie, intervisie en het opzetten van een eigen praktijk. De trainers geven aan dat zij behoefte hebben aan een duidelijk omschreven, op expertise gebaseerde en actieve rol van de opleidingsinstituten in de beleidsvorming. Ook constateren de trainers dat er onduidelijkheid bestaat over wat mindfulness-based programma’s zijn en hoe de diverse niet-volledige opleidingen zich verhouden tot de MBCT/MBSR-standaard.

Er bestaan twee verschillende registratieprocedures voor mindfulness­trainers in Nederland, bij elke vereniging één. En ze beide verenigingen verschillen sterk in inhoud en vorm. Op het gebied van na- en bijscholing bestaat weliswaar een behoorlijk aanbod, maar het is onduidelijk welke nascholingen geschikt of nodig zijn voor een herregistratie als trainer. een weinig ontwikkelde praktijk. Dat er twee verschillende registratieprocedures zijn werkt onduidelijkheid in de hand: voor de buitenwereld (deelnemers aan trainingen en stakeholders in de beleidswereld) die zich afvraagt wat precies de kwaliteiten zijn waaraan een geregistreerde mindfulness­trainer moet voldoen én voor de trainers die zich willen registreren. Ook op het gebied van accreditatie van opleidingen bestaan twee verschillende procedures. Trainers vragen duidelijkheid over de soorten en niveaus van trainerschap en opleidingseisen. Ze hechten aan ruimte en aandacht voor “embodiment” van het vak en zijn huiverig voor te grote regelzucht. Maar er is algemene steun voor één registratie- en accreditatiesysteem van trainers en opleidingen. Trainers geven aan dat ze gemotiveerd zijn voor het volgen van na- en bijscholing. Daarbij willen ze meer steun bijvoorbeeld in de vorm van regionale groepen en intervisie.

Nederland kent al ruim tien jaar twee beroepsverenigingen. Als we de missie/visie, strategie, beleidsvoornemens en activiteiten van deze beroepsverenigingen naast elkaar leggen dan zien we dat deze voor het grootste deel gelijk zijn. Beide verenigingen hebben hun sterke kanten, maar kennen ook problemen met de bemensing van bestuursfuncties, waardoor zij moeite hebben beleidsvoornemens te realiseren. Uit de Landelijke Monitor Mindfulness­trainers bleek dat een ruime meerderheid van de trainers voorstander is van samengaan van de verenigingen. Die opvatting kwam ook naar voren in de dialoogsessies. Uit de analyse blijkt ook dat de beleidsvorming rondom het beroep van mindfulness­trainer onhelder is gestructureerd en de relatie met stakeholders onvoldoende is geregeld. Ook samenwerking met andere beroepsverenigingen is nauwelijks aanwezig.

Mindfulness­training heeft naam gekregen in Nederland. Zeker in de gezondheidszorg (geestelijke, somatische en complementaire) is het een bekende interventie. Dat geldt in mindere mate voor andere gebieden zoals bedrijfsleven en organisaties, justitie, gevangeniswezen en advocatuur, en onderwijs. Daar is mindfulness wel voorzichtig aanwezig, maar niet erkend in het beleid. In de media zien we tweeslachtigheid. Enerzijds de ruime aandacht in de populaire media voor mindfulness en de positieve leefstijl-effecten ervan. Anderzijds een heel kritische toon over mindfulness als hype en ongefundeerd panacée. Trainers spreken hun zorgen uit over het mediabeeld en de verwatering van mindfulness tot een quick fix of snelle leefstijl-interventie. Ze pleiten voor een stevig beleid ten aanzien van mindfulness als vak, als verbetering van de cultuur en organisatie. Daarvoor zijn ambassadeurs, leiders en docenten nodig.

Een appel op het mindfulnessveld

Mindfulness heeft de potentie om een waardevolle bijdrage te leveren aan maatschappelijke gezondheid en beter functioneren van mensen, organisaties en samenleving in Nederland. Maar de voorafgaande analyse van het mindfulnessveld maakt ook duidelijk dat er heel wat nodig is om die meerwaarde te realiseren. Het zal geen geringe opgave zijn en samenwerken met een zekere buigzaamheid ten aanzien van de eigen ideeën en overtuigingen is daarbij essentieel. Het vraagt om het includeren van de diverse perspectieven. We doen een appel op ons allen, alle mindfulness­trainers, opleidingsinstituten, verenigingen en iedereen die mindfulness een warm hart toedraagt om onbevangen en onbevooroordeeld met elkaar in gesprek te gaan en de krachten te bundelen om de eerder gesignaleerde uitdagingen in het mindfulness veld aan te gaan.

Hoofdlijnen voor vernieuwing

Als bijdrage aan de gesprekken over de toekomst van mindfulness en het trainersvak in Nederland formuleren we hieronder drie hoofdlijnen van vernieuwing en innovatie, die we in de afzonderlijke hoofdstukken uitwerken in een serie meer concrete aanbevelingen.

1. De maatschappelijke inbedding verstevigen

De eerste prioriteit voor het mindfulnessveld is om ervoor te zorgen dat mindfulness verder ingebed raakt in het beleid van relevante instanties op verschillende domeinen in de Nederlandse samenleving. Gezamenlijk zouden alle stakeholders betrokken bij mindfulness een vijftal maatschappelijke initiatieven kunnen nemen:

  1. Het schrijven van een rapport over de bijdrage van mindfulness aan de Nederlandse samenleving, gebaseerd op de meest actuele stand van de wetenschap.
  2. Het oprichten van een informatiecentrum Mindfulness en Samenleving.
  3. Het publiceren van dit rapport en het oprichten van een informatiecentrum worden ondersteund door een Initiatiefgroep Mindfulness in de samenleving, die bestaat uit invloedrijke ambassadeurs, beleidmakers en opinieleiders.
  4. Een lobbycampagne voor alle domeinen waarmee beleids- en publieksbeïnvloeding wordt gemaakt.
  5. Per domein een beleidsconferentie waarop de waarde van mindfulness voor het oplossen van belangrijke vraagtukken in dat domein wordt besproken.

2. Het trainersvak versterken

Ten tweede bevelen we aan om het vak van mindfulness­trainer helder te omschrijven om zodoende de maatschappelijke inbedding en de ontwikkeling van het trainerschap te versterken. Dat begint met een visie op het trainerschap: mindfulness­trainer worden doe je niet zomaar. Trainer worden doe je uit roeping en uit liefde voor het overdragen van mindfulnessbeoefening aan andere mensen. Trainers, zo bleek uit de dialoogsessies, ontlenen vreugde aan dat overdragen. Omdat het resultaten en groei zoals makkelijker omgang met stress en verbeterde persoonlijke relaties laat zien in een relatief korte tijd. En ook vormen van transformatie van levenshouding en -ervaring en vermindering van ongemak en lijden. Wie met mensen werkt, zoals in het overdragen van mindfulnessbeoefening, wil dat doen op competente, verantwoorde en zorgvuldige wijze. In de afgelopen jaren is er daarom vanuit die gedachte nationaal en internationaal een brede consensus ontstaan over de kwalificaties waaraan een mindfulness­trainer moet voldoen om dit overdragen goed te kunnen doen. De belangrijkste, maar wellicht ook meest ongrijpbare daarvan is de belichaming van het trainerschap vanuit eigen mindfulnessbeoefening.

Naast de visie is het van belang te constateren dat het trainerschap deeltijdwerk is: zo’n 70% van de trainers maximaal een kwart van zijn werktijd hieraan. Daarbij hoort een passende manier van na- en bijscholing. Om het vak te versterken kunnen mindfulness­trainers net als in andere beroepsgroepen gaan werken op basis van competenties. Wij doen hiervoor in dit rapport een uitgebreid voorstel voor de verder uitwerking van dit idee.

Trainerschap in deeltijd wil niet zeggen dat ook de kwaliteitseisen aan trainers een deeltijdkarakter krijgen. Trainerschap is een volwaardige bezigheid met een belichaamde levenshouding en daar horen logische vakbekwaamheidseisen bij. Wel betekent deeltijd-trainerschap dat hierbij in de na- en bijscholing en de herregistratie rekening wordt gehouden met de tijd die trainers daarvoor beschikbaar hebben en daarom stellen wij voor de herregistratietermijn op vijf jaar te stellen.

Een voorstel aansluitend bij de ontwikkelingen in het vak, waarin we enerzijds twee soorten trainerschap tegenkomen en anderzijds mindfulnessopleiders en supervisoren, is dat we in de toekomst gebaseerd op competenties gaan werken met drie competentieprofielen van in het vak: de mindfulnessbegeleider, de mindfulness­trainer en de mindfulnessopleider. Met deze profielen wordt duidelijkheid geschapen voor zowel de buitenwereld als de mindfulness community en het kan helpen om de kwaliteit van opleiding en ontwikkeling van trainers transparant te houden en te borgen.

Organisatorisch is het hiervoor onontbeerlijk dat er één landelijk systeem van registratie en herregistratie van trainers en van accreditatie van opleidingsprogramma, -instituten en opleiders/supervisoren komt.

3. De beleidsvorming herstructureren

En ten derde vraagt het veld om een herinrichting van de beleidsvorming, waarbij zowel de verenigingen als diverse stakeholders een andere en helder omschreven rol gaan spelen.

Om trainers in het vak te ondersteunen stellen wij voor in Nederland de gemeenschapsvorming onder trainers te bevorderen door regionale communities van trainers te vormen, netwerken van trainers voor intervisie en vakontwikkeling, ondersteund door hun landelijke beroepsorganisaties. En door één jaarlijkse mindfulnessconferentie te houden over alle wetenschappelijke en praktische ontwikkelingen in het vak.

Vervolgens is ook één registratie- en accreditatieprocedure wenselijk, die door het hele veld wordt gedragen.

Het is het beste om daarvoor één beroepsvereniging te laten ontstaan, die de sterke kanten van beide huidige verenigingen samen brengt. Deze verenigingsstructuur moet heldere procedures kennen, voorzien van ‘check and balances’ waarbij taken en rollen opnieuw worden verhelderd en toegedeeld. Ook de expertise van de opleidingsinstituten in de beleidsvorming kan hier concreet en volwaardig vorm krijgen. In het rapport doen wij een aantal aanbevelingen voor de inrichting van de ene vereniging en van de registratie- en accreditatiecommissies, waarbij borging van transparantie en kwaliteit uitgangspunt zijn.

opleidingsinstituten zullen zelf een grotere verantwoordelijkheid moeten nemen voor de kwaliteitsontwikkeling van het vak. Wij zullen daartoe het initiatief nemen met een landelijk netwerk van mindfulnessopleiders en -supervisoren. Dit netwerk is gericht op onderlinge dialoog over het vak en versterkt het onderling leren van de opleidingen door ‘in elkaars keuken’ te kijken. Ook mag van de opleidingsinstituten verwacht worden dat zij op basis van hun expertise een veel actievere rol gaan spelen in de beleidsvorming.

Tot slot

Met bovenstaande beleidsaanbevelingen kunnen we ontwikkelen en innoveren naar een verdere professionalisering en grotere effectiviteit van ons beroepsveld in de samenleving. Om daarmee het werk van de trainers, die zoveel voldoening halen uit hun werk maar zich soms wat alleen voelen daarin, te ondersteunen. En vooral om de potentie van mindfulness tot zijn recht te laten komen in de Nederlandse samenleving.

Hartelijke groet,

  • SeeTrue (Rob Vincken, Franca Warmenhoven);
  • Radboudumc Centrum voor Mindfulness (Anne Speckens, Nicole Schoonbrood);
  • Centrum voor Mindfulness (Rob Brandsma, Wibo Koole).