Onderzoeksresultaten

Mindfulness zorgt voor een hogere kwaliteit van leven en brengt positieve veranderingen teweeg in cognitief en neurobiologisch functioneren. Tevens transformeert mindfulness de manier waarop iemand naar zichzelf en naar de wereld kijkt en daar vervolgens op reageert. Deze brede werkzaamheid zorgt ervoor, dat mindfulness toepasbaar is bij een grote verscheidenheid aan kwaliteitsvragen en problemen.

Stress en kwaliteit van leven

In een meta-analyse van Chiesa en Seretti (2009) wordt het effect van mindfulness bij gezonde individuen onderzocht. Uit dit onderzoek kan men concluderen dat mindfulness de kwaliteit van leven kan verbeteren. Zo bewees mindfulness, gegeven aan een niet-klinische groep, effectief te zijn in het verminderen van stress, piekeren en angst, en in het vergroten van empathie en zelfcompassie.

Neurofysiologie

Ivanovski en Malhi (2007) stelden een overzichtsstudie op over inzichtmeditatie, mindfulness en neurofysiologische effecten. Neurologische effecten kunnen worden gemeten met elektro-encefalografie (EEG) en functionele magnetische resonantie (fMRI) -beelden. Een belangrijk onderzoek uit de overzichtstudie is het onderzoek van Dunn en collega’s (1999). Zij ontdekten dat mindfulness zorgde voor onder andere meer theta, alpha en gamma activiteit in de hersenen. De theta activiteit hing sterk samen met ervaring in meditatie. Deze bevindingen wijzen op verhoogde aandacht, alertheid en cognitieve activiteit (taken, werkgeheugen) na het praktiseren van mindfulness.

Aandacht  en concentratie

Het onderzoek van Valentine en Sweet (1999) liet zien dat mindfulness mediterenden significant beter presteerden bij concentratie-testen. Verder toonden Jha, Krompinger en Baime (2007) aan dat mensen na een mindfulness training beter hun aandacht konden richten op het huidige moment. Tang en collega’s (2007) vonden dat de mindfulness beoefenaars significant beter presteerden in de uitvoerende aandachtstaken in vergelijking met een controlegroep die ontspanningstraining kreeg.

Immuunfuncties

Davidson en collega’s (2003) voerden een gerandomiseerd onderzoek uit naar de effecten van mindfulness op het immuunsysteem. Na de training werden alle deelnemers geïnjecteerd met een griepvaccin teneinde effecten van mindfulness op het immuunsysteem te onderzoeken. Een verbeterd functioneren van het immuunsysteem werd gevonden bij de mindfulnessgroep in vergelijking tot de controlegroep.

Werk

Klatt en collega’s (2008) voerden een gerandomiseerd en gecontroleerd onderzoek uit om de effectiviteit te onderzoeken van een niet intensieve mindfulness training, gegeven aan gezonde volwassenen op een werksetting. Werknemers lieten na het volgen van de training hogere niveaus van mindfulness vaardigheden zien en significante verminderingen in waargenomen stress in vergelijking met de controlegroep.

Slaapproblemen

Winbush en collega’s (2007) stelden een overzichtstudie op over het effect van mindfulness op slaapproblemen. Zij concludeerden dat er bewijs is om te suggereren dat het praktiseren van mindfulness leidt tot verbeterde slaap en dat bij deelnemers van een mindfulness training een vermindering is waar te nemen van slaapverstorende processen (zoals piekeren).

Angststoornissen

Miller, Fletcher en Kabat-Zinn (1995) voerden een onderzoek uit, zonder controlegroep, om de effectiviteit van mindfulness te onderzoeken bij mensen met een angststoornis. Na het volgen van de training lieten de deelnemers een afname zien in angst en paniek. De resultaten waren na drie jaar follow-up nog steeds behouden.

Chronische ziekten

Bohlmeijer en collega’s (2009) voerden een meta-analyse uit naar de effecten van een mindfulness training bij mensen met een chronische ziekte. In totaal werden acht gerandomiseerde effectstudies ingesloten. De doelgroepen in deze studies betroffen mensen met slaapproblemen, kanker, chronische pijn, fybromyalgie of hartproblemen. Gemiddeld werd een klein effect op de vermindering van depressie gevonden en een gemiddeld effect op de vermindering van angst.

Chronische pijn

Oskam en collega’s (2009) voerden een meta-analyse uit naar de effecten van op acceptatie gebaseerde interventies op chronische pijn. In totaal werden vijftien gecontroleerde studies gevonden en meegenomen in de meta-analyse. In twaalf studies betrof de interventie een mindfulness training. De doelgroepen betroffen vooral mensen met chronische pijn, fybromyalgie en gespecificeerde pijn (bijvoorbeeld lage rugpijn). Significante verminderingen van pijnintensiteit en depressieve klachten werden gevonden.

Depressie

Onderzoek naar de effecten van mindfulness bij mensen met depressieve klachten toonde een afname in angst en depressieve klachten (Kenny en Williams, 2007; Finuncane en Mercer, 2006). Het bewijs voor de effectiviteit van mindfulness bij mensen met drie of meer depressies in het verleden is het sterkst. Teasdale en collega’s (2000) vergeleken een mindfulness behandeling met reguliere zorg. Zij vonden grotere effecten bij de mindfulness behandeling bij mensen die vaker dan twee keer een klinische depressie hadden gehad in het verleden.

Verslaving

Er is bewijs voor de effectiviteit van mindfulness bij het verminderen van alcoholverslaving en middelenmisbruik. Marlatt en collega’s (2004) ondersteunen dit met hun onderzoek, uitgevoerd bij gedetineerden en niet-gedetineerden, door een vermindering van alcohol- en middelenmisbruik na de training, het verbeteren van drankgerelateerde cognities en het verbeteren van optimisme, zelfregulatie en motivatie.

Eetstoornissen

Telch en collega’s (2001) lieten effecten zien van een mindfulness behandeling bij vrouwen met binge eating disorder. Na het volgen van de training had 89% van de deelnemers geen eetbuien meer, in vergelijking tot 12,5% van de controlegroep. De deelnemers van de op mindfulness gebaseerde training hadden minder drang te eten als zij emotioneel waren en maakten zich minder zorgen over hun gewicht, figuur en eetpatronen.

Een uitgebreide versie van dit artikel kun je downloaden als pdf. Literatuurverwijzingen hierboven zijn in deze pdf opgenomen.