Wibo Koole

Nu de pandemie op zijn retour is, geniet CVM-directeur Wibo Koole weer van de hernieuwde vrijheid. Hij is ook bezorgd: zal het najagen van onze passies ten koste gaan van het rustigere tempo van de afgelopen twee jaar?

In de voorbije twee jaar van de pandemie waren de levens van de meeste mensen niet heel jachtig. We voelden ons misschien bekneld en soms zorgelijk, maar jachtig in de zin van vol passie dan weer dit en dan weer dat najagen, nee dat niet.

De afgelopen weken kwam er weer iets van dat jachtige gevoel bovendrijven. Je zag het in de stad, waar de terrassen volstroomden en in het straatbeeld doken weer steeds meer toeristen op. Ook op het werk nam het tempo toe. Het is fijn om weer mensen te zien, je voelt de energie. Er wordt gelachen. Er zijn feestjes. Mensen omhelzen elkaar weer. We ondernemen weer. Maar daarmee ligt eveneens de weg naar het jachtige leven op de loer.

Tegelijkertijd bekruipt me de vraag of onze jachtigheid het straks weer overneemt en we ons weer laten verblinden door de korte termijn.

De helder zonnige tijd van anderhalve week geleden deed me een tikje weemoedig terugdenken aan het begin van de pandemie. Hoe plotseling het leven stillag, de lucht helderblauw werd, met nog maar een enkele vliegtuigstreep doorkliefd. De stilte in de stad.

Ik herinner me de eerste voorzichtige wandeling naar de Japanse Bloesemtuin in het Amsterdamse Bos. Stiekem naar het Twiske, waar een groot bord waarschuwde: ‘Ga niet naar het Twiske’. Hoe we alles scherper, helderder waarnamen. Eigenlijk genoot ik daar wel van.

Nu geniet ik ook, dubbel. Wandelen in de Japanse Bloesemtuin is relaxter. De strepen in de lucht op een stille zonnige zondagochtend voelen vertrouwd, zij het ook een beetje verwend. Weer gewoon over straat kunnen, mensen zien en omhelzen, in groepen zijn. Wat zo gewoon was, stemt dankbaar. Tegelijkertijd bekruipt me de vraag of onze jachtigheid het straks weer overneemt en we ons weer laten verblinden door de korte termijn.

Ik denk het niet, en ik denk dat mindfulness hierbij behulpzaam kan zijn. In het boek Sneeuwpanter beschrijft de Franse auteur Sylvian Tesson de tocht die hij ondernam om dit prachtige Tibetaanse dier in beeld te brengen (momenteel is in de bioscopen ook de gelijknamige film te zien).

Tegenover het ‘alles en wel nu’ van de moderne krampachtigheid stond het ‘waarschijnlijk niets, nooit’ van het dieren spotten Sylvian Tesson in 'Sneeuwpanter'

Tesson moest daarvoor uren de wacht houden en dat stond haaks op zijn leven als moderne reiziger die vanuit Parijs zijn passies najoeg. In een kloof turen zonder garantie op succes. Kou lijden zonder te weten of het iets zou opleveren. ‘Tegenover het ‘alles en wel nu’ van de moderne krampachtigheid stond het ‘waarschijnlijk niets, nooit’ van het dieren spotten’, schrijft hij.

Tesson realiseert zich uiteindelijk dat je helemaal niet op vijfduizend meter hoogte in de Himalaya hoeft te zijn om echt te observeren. En zijn besef klinkt als een manifest voor een mindful leven:
“Het fantastische van die oefening die je overal kunt doen, is dat je altijd waar voor je geld krijgt. Voor het raam van je slaapkamer, op het terras van een restaurant, in een bos of aan de waterkant, in gezelschap of alleen op een bankje – het enige wat je hoeft te doen is je ogen goed de kost geven en wachten op wat er komen gaat. Dat krijgt je nooit te zien als je niet alert blijft. En als er niets gebeurt, is de doorgebrachte tijd waardevol door de aandacht die je eraan besteed hebt. Observeren was een handelwijze. Het moest een levenswijze worden.”


Auteur: Wibo Koole, directeur en medeoprichter van het Centrum voor Mindfulness