Femke Kok, pyschotherapeut en mindfulness­trainer legt uit waarom sociaal vaardige en aardige communicatie niet altijd nuttig is. Want waar sta je zelf?

Bij het beoefenen van interpersoonlijke mindfulness onderzoeken we patronen in relatie tot anderen. Door samen te mediteren, met de ogen open, in een tweetal of een groep, kun je opmerken wat er tussen jou en een ander gebeurt. Hierdoor kun je patronen in communicatie ontdekken en waar deze patronen je niet dienen, kun je ze gaan loslaten*.

Als ik met groepen deze vorm van meditatie in contact beoefen, ontdekken deelnemers regelmatig dat ze patronen hebben die ze eigenlijk nooit als patroon opmerkten, maar meer als gedrag wat alom als sociaal vaardig en aardig wordt gezien.

We kunnen in contact met anderen heel goed onze eigen belangen even wegstoppen om prettig in de omgang te zijn. Door actief te luisteren, te knikken en/of empathisch te reageren, voelt een ander zich gehoord. Als iemand iets lastigs vertelt, gaan we automatisch steunen, en bedenken we welk advies we kunnen geven.

Veel van dit soort automatische aangepaste patronen van communiceren zijn nuttig, zou je denken. Want wat is er mis met je een beetje aanpassen om te voldoen?

Een automatisch patroon geeft een vernauwing van bewustzijn, er is geen ruimte meer voor creativiteit of bewuste keuzes.

Als gevoelig en empathisch persoon is interesse hebben in de ander, meevoelen, invoelen wat een ander nodig heeft, ook voor mij heel vanzelfsprekend. Daarnaast ben ik in mijn werk als psychotherapeut, net als veel andere hulpverleners en coaches er zo goed in getraind geraakt dat het heel gewoon is de ander centraal stellen. Het is een patroon waarvan ik lang niet altijd zie dat het er is.

Hoe eigen en vanzelfsprekend het ook voelt, toch is dit gedrag niet alleen maar positief. Want door zo gericht te zijn op een ander, ga ik er soms aan voorbij wat ik zelf wil en voel.

Wanneer een ander ook nog eens gewend is om veel ruimte in te nemen, veel te praten en weinig te luisteren, heb ik soms het idee dat ik mezelf ‘opoffer’ aan het contact.

Als je met meer opmerkzaamheid kijkt naar die patronen, leer je zien dat je jezelf eigenlijk nauwelijks ruimte geeft.

Op dat moment schiet het aangepaste empathische gedrag zijn doel voorbij, leidt het soms zelfs tot een onvoldaan gevoel, frustratie naar de ander, teleurstelling over het gebrek aan wederkerigheid.

Zolang contact bestaat uit automatische patronen heeft het in zekere zin een dwangmatig karakter. Het is niet vrij, niet afgestemd op de frisheid van het unieke moment. Vaak is de aandacht voor en het contact met het lichaam en haar behoeftes verdwenen. Een automatisch patroon geeft een vernauwing van bewustzijn, er is geen ruimte meer voor creativiteit of bewuste keuzes.

Gewenst (of goed) aangepast gedrag is vaak bovenmatig gericht op de ander. Het voldoet aan de normen: hoe het hoort, wat aardig of sympathiek is maar het leidt niet per se tot een prettig contact, een mooie uitwisseling of een sterke verbondenheid.

Als je met meer opmerkzaamheid kijkt naar die patronen, leer je zien dat je jezelf eigenlijk nauwelijks ruimte geeft. Er zit een subtiel geweld in naar jezelf. Er zit een werken in, het komt vanuit een ‘doe modus’ die zo gewoon is, dat je je er vaak niet eens bewust van bent.

Welopgevoede mensen hebben daarbij geleerd om zichzelf strenger te behandelen dan dat ze anderen behandelen. Ze moeten voldoen aan zelf opgelegde normen en eisen. De aandacht en de vriendelijkheid is gericht op anderen, de kritische blik meer op zichzelf.

Als we die gerichtheid op de ander, dat werken nu eens zouden loslaten, wat zou er dan kunnen ontstaan? Het is een interessant onderzoeksveld. Het zou kunnen dat er in eerste instantie misschien schroom is, ongemak, zelfs schuldgevoel, of een kwetsbaar gevoel van jezelf blootgeven. Maar als we oefenen om daarbij te blijven, wat kun je daar dan vinden?

Op dat moment kun je de Zijn modus in contact ontdekken.

Op dat moment kun je de Zijn modus in contact ontdekken. Onze diepste aard is gewaarzijn (of bewustzijn). Boeddhisten noemen dit ook wel ‘basic goodness’ of ‘buddha nature’; de Zijn modus, waarbij het bewustzijn aanwezig is, met wat er ook maar is. Dat gewaar zijn is als vanzelf liefdevol en vriendelijk, er is een verbondenheid met de ander (en met alles en iedereen) waar je niet voor hoeft te werken.

Het is een interessant gebied dat we bij het beoefenen van mindfulness in contact kunnen ervaren. Het bewustzijn blijkt ruim genoeg om de ander en jezelf en het hele moment vol te ervaren. Zonder voor contact te werken, of onszelf te verlaten.

In de Zijn modus is verbondenheid een gegeven. Er is meer contact met een ander mogelijk omdat we meer aanwezig zijn in het nu en bij onszelf.


Auteur: Femke Kok, Mindfulness­trainer en psychotherapeut. Op vrijdag 6 mei geeft Femke de workshop ‘Mindfulness in Verbondenheid’ bij het CVM. Lees meer en meld je aan:

Workshop Mindfulness in Verbondenheid


*Inter­persoonlijke Mindfulness zoals Femke Kok dat beoefent met groepen is sterk geïnspireerd door het werk van Gregory Kramer, Insight Dialogue en het daaraan verbonden programma van IMP, ontwikkeld door Phyllis Hicks en Florence Maleo-Meyer, daarnaast is Femke geïnspireerd door tantra/Tibettaans boeddhisme en moderne psychotherapiemethoden.